Mijn Roemeense gekte — Op zoek naar vampiers op de Transfăgărășan
Na zijn bezoek aan de filmset van Harley and the Davidsonsvan Discovery Channel besloot Matt King om zijn reis te verlengen met een tocht door Roemenië. Maar hij kon niet vermoeden voor welke uitdagingen hij zou komen te staan ...
Eerder dit jaar werd ik uitgenodigd op de set van de miniserie Harley and The Davidsons van Discovery Channel, die hoofdzakelijk gefilmd werd in de Roemeense hoofdstad Boekarest. Zoals de meeste Amerikanen moet ik bij het horen van de naam van dit enigszins mysterieuze, voormalige Oostblokland onvermijdelijk denken aan naargeestige Transsylvanische kastelen, graaf Dracula en vampiers.
Dus aangezien ik in de nabije toekomst waarschijnlijk geen tweede
Toen kreeg ik opeens een mail van Ross Chambers, H.O.G. Regional Manager voor Centraal- en Oost-Europa, met een voorstel: “Ik hoorde dat je naar Roemenië gaat. Kunnen we daar afspreken? Ik heb altijd al de Transfagarasan willen rijden.”
Een paar jaar geleden verkoos het populaire tv-programma Top Gear de Transfagarasan tot de beste weg ter wereld, waarmee hij de Stelviopas in Italië van de troon stootte. De weg is het geesteskind van de Roemeense dictator Nicolae Ceausescu en werd begin jaren zeventig aangelegd, zogenaamd om tanks over de Karpaten te kunnen vervoeren in het geval van een invasie door de Sovjet-Unie, waarmee Roemenië banden had binnen het Warschaupact, vandaar de bijnaam ‘Ceausescu’s gekte’. Met hoogtes van meer dan 2000 meter is dit de tweede hoogste bergweg in Roemenië, alleen ingehaald door de Transalpina, waar ik het straks over zal hebben. We hadden namelijk een plan.
Vooruitplannen
Er gingen een paar weken voorbij en ik was druk bezig met de voorbereidingen van mijn bezoek aan de filmset. Ik dacht niet meer na over de toerrit tot een paar dagen voordat Ross vanuit Praag naar mij toe zou rijden.
Ik weet niet meer wie het was, maar uiteindelijk was een van ons zo slim om de wegomstandigheden te checken. Er was een klein probleem: de Transfagarasan was dicht voor het seizoen. Als we dat op tijd hadden onderzocht, dan hadden we geweten dat de bergpas als gevolg van sneeuw en vallende rotsen alleen officieel open is van eind juni tot oktober. Wij waren er begin mei. Nu moet ik vermelden dat ik tijdens mijn bezoek aan Roemenië bijna overal een perfecte ontvangst had voormijn telefoon- en dataverkeer, zelfs in de meest afgelegen locaties. Dus via mail en sms broedden we snel een plan uit om onze aandacht te verleggen naar de Transalpina, die andere geweldige Alpenweg in Roemenië en we regelden een hotel in Râmnicu Vâlcea, zo’n 100 km van Boekarest.
Râmnicu Vâlcea is een rustige stad van zo’n 120.000 inwoners aan de voet van de Transsylvanische Alpen. De plaats staat bekend om één ding: hacken. Als je de naam opzoekt op internet, dan stuit je op tientallen artikelen waarin de stad wordt uitgeroepen tot het epicentrum van internetfraude die miljarden heeft opgebracht in de loop van de jaren, van zwendel met eBay en Craigslist tot datalekken van de overheid en bedrijven. Ik was er twee dagen en ik werd niet gehackt, dus ik zal maar aannemen dat het zo is.
Op de dag dat we hadden afgesproken, reed ik op mijn gemak vanuit Boekarest naar ons hotel, waar ik halverwege de middag aankwam. Daar zou ik wachten op Ross en zijn vriend, Radek Pekarek, de Director van het H.O.G. Ostrava Chapter uit Strážnice in Tsjechië, die later die avond zouden aankomen. Zo’n twee uur na hun verwachte aankomsttijd begon ik me ongerust te maken en ik stuurde een paar berichten.
Uiteindelijk stuurde Ross een bericht terug dat ze druk verkeer en regen hadden onderweg en dat ze er veel langer over deden dan gepland. Toen Ross en Radek eindelijk rond middernacht arriveerden, na een rit van twee dagen die klonk als een nachtmerrie, gingen we samen in de bar van het hotel zitten om te plannen hoe we de Transalpina zouden aanpakken. Maar we hadden tegenstrijdige informatie over of hij nu open of dicht was, dus besloten we het erop te wagen, want we waren ten slotte in Roemenië en we moesten ergens rijden!
De volgende ochtend stonden we vroeg op en reden westwaarts op weg 67 en daarna in noordelijke richting op de 67C, de Transalpina. We genoten van de mooie uitzichten en de soepele bochten van het zuidelijke stuk van de weg. Toen we door het skioord Rânca reden, zagen we een paar auto’s de berg op en af rijden. Dus we reden snel verder totdat de haarspeldbochten steeds scherper en frequenter werden, het teken dat we bijna bij de top waren. En toen zagen we het: een wegblokkering van twee grote betonblokken op de weg. Ik ken geen Roemeens, maar ‘gesloten’ is nogal duidelijk in elke taal.
We stopten een paar minuten om de situatie te bekijken en besloten om geen genoegen te nemen met ‘nee’. We reden langs de betonblokken en toen we zo’n drie kilometer verder waren, reden we tegen een sneeuwbank aan die de weg versperde. Gesloten is gesloten.
Kleine omleiding
Gedwarsboomd in onze plannen, reden we de berg weer af en stopten om te lunchen in een café bij de ingang van het nationaal park Defileul Jiului. De lunch duurde lang en pas rond drie uur stapten we weer op onze motorfiets met het plan om door het park te rijden en daar een andere weg te nemen aan de noordelijke kant van de Transalpina. Die stond duidelijk aangegeven op onze kaart (zelfs in Google Maps) en het leek een goed alternatief om niet dezelfde weg terug te moeten rijden.
We reden in noordelijke richting en genoten van een mooie bochtige rit op de E79 langs een rivier, waarna we westwaarts reden op de 7A, die ons zou brengen naar de noordelijke kant van de bergketen die de Transalpina doorkruist. De weg begon te stijgen op hetzelfde moment dat de regen begon te vallen en de zon verdween. Het gescheurde wegdek veranderde al snel in een modderpad met diepe voren dat nog gladder was door de lichte regen. De schuin opstaande haarspeldbochten en het weggespoelde wegdek maakten het een spannende rit, vooral op onze zware Harleys. Gelukkig was er minimaal verkeer, hoewel we de weg moesten delen met een paar opleggers vol boomstammen die de berg af reden. We zagen ook een paar motorrijders op zware BMW adventure bikes die ons aankeken alsof we gek waren.
Na ongeveer een uur intensief en stressvol rijden, gingen we even langs de kant van de weg staan om onze situatie te bekijken. De wegomstandigheden waren slecht en we hadden geen idee hoeveel slechter ze zouden worden verder naar boven toe. Maar het was te laat om terug te keren en dezelfde weg naar beneden te nemen. Er zat niets anders op dan weer op onze motorfiets te stappen en te duimen op de goede afloop. Gelukkig bleek dat we het ergste gedeelte achter de rug hadden. De regen begon te minderen en toen we eindelijk op het hoogste punt kwamen, begon de onverharde weg geleidelijk weer op asfalt te lijken.
Nu we weer snelheid konden maken, hielden we een race met het resterende daglicht op een asfaltweg die langs een prachtig Alpenmeer liep. We reden langs de noordelijke kruising met de Transalpina (met meer tijd was het verleidelijk geweest om te zien hoe ver we langs deze kant zouden kunnen komen) en uiteindelijk waren we rond acht uur ’s avonds weer in Râmincu Vâlcea. Na twaalf uur in het zadel hadden we maar zo’n 280 km gereden, maar we hadden wel een beetje gezien van alles wat het land te bieden heeft.
Onderschatte schoonheid
Wat grappig is aan Roemenië, althans voor een buitenstaander, is dat de mensen daar de link met vampiers niet exploiteren. Misschien is dat omdat ze zo’n groot deel van de twintigste eeuw waren afgesneden van de rest van Europa en de westerse cultuur, dat ze niet beseffen dat dit hun belangrijkste toeristische product is. Of misschien stoort het hun dat het hele verhaal gewoon een bedenksel is van een Britse romanschrijver (waarschijnlijk het laatste). In de meeste andere landen zijn de twee beroemdste Roemenen graaf Dracula en Nadia Comaneci. Maar ik ben er negen dagen geweest en ik ben nooit iemand tegengekomen met een cape en hoektanden, noch een turnster. Ik heb ook niet zo veel motorfietsen gezien, vooral Harleys, waardoor dit land met zijn mooie natuur, goed onderhouden wegen en legendarische bergpassen een paradijs voor bikers is. Je moet alleen even checken of de weg open is voordat je vertrekt.
