Ongebaande weg
Nigel Hallowes en een groep vrienden uit Zuid-Afrika durfden niet alleen het ondenkbare te denken, maar voerden het nog uit ook
Het begon allemaal bij een glas Jack Daniel’s. “Nige, hebben Nita en jij zin om mee te gaan naar de Sanipas?” Het idee kwam van mijn vriend Matt, boekhouder van beroep, maar zeker niet van karakter. De Sanipas is een spectaculaire weg door de Drakensbergen, die Zuid-Afrika verbinden met het bergkoninkrijk
Ik stemde zonder aarzelen toe. Toen grinnikte Matt: “O ja, ik vergat erbij te vertellen dat we op de motorfiets gaan.”
Daarmee was het gekste idee geboren waar ik ooit aan heb meegedaan. Als je nog nooit over de Sanipas bent gereden, dan zal je de enorme uitdaging niet meteen begrijpen. Op papier lijkt het eenvoudig: een tocht van 1.600 km, geen probleem voor hardcore bikers zoals wij. Maar de Sanipas is maar 7 km lang en stijgt meer dan 1.000 m. Het is een berucht gevaarlijk, rotsachtig pad dat tot 2.876 m boven de zeespiegel gaat en enkel breed genoeg is voor maar één voertuig. Er zijn een paar plekken waar je kunt inhalen en de weg ligt bezaaid met los grind. De Sanipas is eerder een pad dan een weg.
Met vijf goede vrienden besloten we om de uitdaging aan te gaan. Renee en Matt zouden rijden op een Softail® Deluxe en een Ultra Classic met Screamin’ Eagle® Stage IV conversie. Ik zou de tocht maken op mijn Road Glide® Special met mijn vrouw Nita achterop.
We spraken af om de trip te maken in het eerste weekend van april, waarin ook Renees verjaardag viel. Renee en Matt regelden alle details van de reis, omdat zij contacten hadden in het gebied. Ik zocht online naar advies en tips om de Sanipas te beklimmen op een motorfiets. Ik kwam tot de conclusie dat onze motorfietsen compleet ongeschikt waren en dat we ongelofelijk slecht voorbereid waren. Dat hielp niet om de spanning te verminderen terwijl de vertrekdatum dichterbij kwam. We konden niet meer terug.

Highway to hell?
Op vrijdag 31 maart reden we net na 6.30 uur de stad Nelspruit in Zuid-Afrika uit. Het was perfect weer om te rijden en we legden de 780 km naar Himeville bijna uitsluitend over B-wegen af. Toen we aankwamen bij het hotel, ging Matt meteen onderuit op zijn motorfiets bij de eerste kiezels. Je kon aan zijn gezicht zien dat de realiteit van de uitdaging hem begon te dagen. En hoewel we grappen maakten en veel lachten, begonnen we allemaal heel nerveus te worden.
We vertrokken de volgende dag opnieuw om 6.30 uur, na een grotendeels slapeloze nacht. De ochtend was prachtig: de zon kwam net tevoorschijn boven de bergen en we reden naar de grens over idyllische wegen die door de velden kronkelden. Highway to Hell van AC/DC schalde uit de boxen; toen kon ik nog niet weten hoe toepasselijk dat was.

We waren allemaal aan het dagdromen toen we Matt voor ons dringend zagen zwaaien. We remden zo hard we konden toen de weg opeens ophield. De keien en kuilen die voor ons lagen, verrasten me. Het was erger dan ik had verwacht. Voorzichtig schuifelden we verder, maar bij de eerste lichte helling begon de motorfiets te slippen. Ik gleed naar achteren met mijn beide voeten op de grond en met een slippend voorwiel. Toen ik de Road Glide eindelijk tot stilstand bracht zonder hem te laten vallen, was ik bijna misselijk van opluchting.
Zonder aarzelen begon ik opnieuw aan de klim, maar nu via een andere lijn. Algauw werd het een echte hindernissenbaan, met elke keer weer een nieuwe uitdaging. Onze motorfietsen kregen ervanlangs en de
Tegen de tijd dat we de grens met

Geen weg terug
We besloten om de bandendruk te verlagen om het rijden makkelijker te maken. Dit bleek mijn redding te zijn. Terwijl ik knielde om de lucht uit mijn band te laten, viel mijn oog op mijn oliekoeler. Ik realiseerde me hoe dicht die bij de grond zit op een Road Glide, terwijl die op de Softail van Renee boven de bodem van het frame zit en de Ultra van Matt een cover heeft. Tijdens de rest van de tocht focuste ik op het kiezen van een lijn die geen gevaar inhield voor de oliekoeler.
Onze paspoorten werden afgestempeld en met een glimlach van de geamuseerde douaneagent vertrokken we.
We vorderden langzaam en voorzichtig, tot we op de volgende grote hindernis stuitten: de eerste van de vele ‘rivieren van keien’. Renee reed een beetje vooruit en zij ging met een grote klap onderuit. Haar voorwiel raakte een kei en de rits van haar jack, dat ze had opengezet om wat frisse lucht te krijgen, kwam vast te zitten, waardoor ze niet kon bijsturen. We raapten haar motorfiets op, controleerden die op schade (ongelofelijk, niets) en Renee vertrok weer zonder aarzeling. We checkten allemaal onze kleren om te voorkomen dat we die fout zouden herhalen.
Matt en ik keken naar elkaar: moesten we terugkeren? We waren een grote uitdaging aangegaan en we hadden geen plan B. De reis zou alleen maar zwaarder worden. We spraken af dat we naar het uitzichtpunt zouden rijden en dan terugkeren. Het was tien graden met een ijzige wind en het zweet drupte van mijn rug. Hindernis na hindernis namen we, langzaam maar zeker vorderend over de 1.000 m naar de top van de Sanipas. Bocht na bocht werd de weg nog steiler, elke hindernis was nog moeilijker dan de vorige.
Uiteindelijk slaagden we
Dit was gekkenwerk. De ernst van onze situatie was even helder als de blauwe lucht boven ons. Het was uitgesloten dat we zouden terugkeren. We overtuigden onszelf dat we het konden. We moesten het doen. Harley® rijders geven nooit op.

Op weg naar de top ...
Ik weet niet of ik in de 47 jaar van mijn leven ooit iets heb gedaan dat lichamelijk zo veel van me eiste als dit. Toen ik aankwam bij de tweede van de zeven haarspeldbochten, was ik ijl in mijn hoofd en buiten adem. Renee kwam vast te zitten in de bocht en met snelle excuses schoot ik voorbij, glijdend en slippend, spinnend en zigzaggend naar boven, op wat leek op een verticale klif. De Harley bleef vaart houden en de pijpen gromden terwijl we bocht na bocht namen. Elk stuk was zwaarder en steiler dan het vorige, met nog meer keien.
Bij de vierde bocht vond ik eindelijk voldoende vlak terrein om te stoppen. Renee was twee bochten onder ons op adem aan het komen, maar ik zag Matt of Duncan nergens. Ik deed mijn best om niet misselijk te worden en ademde diep in om het onophoudelijke, nerveuze trillen te stoppen. Waar waren ze? Aangezien het onmogelijk was om terug te gaan, konden we alleen maar verder rijden naar onze bestemming en desnoods teruglopen als het nodig was.
Ik bracht de motorfiets in positie en Nita stapte op. Het was niet meer zo ver nu naar de top van de heuvel. We namen een bocht, weer overal keien. Het was onmogelijk om een lijn te kiezen. De achterkant van de Road Glide zwiepte alle kanten op, maar we kropen langzaam omhoog. We gingen naar rechts en kwamen op stevige, vaste grond terecht. We reden verder omhoog door de laatste bocht en opeens lag er weer een zee van keien. Maar deze keer zag ik een bordje met ‘Grens Sani 300 meter’ en ik zal ons hotel liggen. Ik gaf gas en denderde over de keien, terwijl Nita zich aan me vastgreep alsof haar leven ervan afhing.
En toen waren we er. De tranen rolden over mijn wangen terwijl ik het tot me liet doordringen. Al snel hoorden we voorbij de bocht de Softail ronken en Renee kwam tevoorschijn. We waren een en al glimlach, maar toen zij haar motor uitzette, viel er een akelige stilte.
Toen zagen we ook het publiek op het balkon van het hotel staan: zij waren ons aan het toejuichen. We wachtten wat wel een eeuwigheid leek voordat we Matts Ultra in de verte hoorden. Met één hand in de lucht nam hij de bocht, op de voet gevolgd door

Maar het hoogtepunt was wel onze entree in het hotel, waar we werden opgewacht door minstens tien BMW GS rijders, die allemaal hun hoofd schudden. De leider van de groep kwam naar me toe en schudde mijn hand. Hij zei: “Gisteren waren wij elkaar op de borst aan het kloppen voor onze fantastische beklimming van de pas. En nu komen jullie hier aangedenderd op Harleys. Ik denk dat wij weer rijles moeten nemen!”
De legende keert terug
Na het ontbijt reden we naar Clarens. Deze keer waren we relaxed en we glimlachten. De zon scheen en onze motorfietsen ronkten. Veel wegen door het bergkoninkrijk waren adembenemend mooi, met enkele van de mooiste landschappen die we ooit gezien hadden. Er waren ook plaatsen waar je een bocht nam en dan merkte dat de weg er niet meer was.

Toen we Clarens inreden en tankten voor de volgende dag, kwam er een vent met een BMW badge naar ons toe, die ons de hand schudde. “Zijn jullie die gekken die de Sani opreden op een Harley? Jullie zijn echte legendes!” Het verhaal over ons avontuur had Clarens al bereikt voordat wij er waren.
We ontmoetten Gavin, Renees oude schoolvriend die had geholpen bij de voorbereiding van de reis en gingen de volgende dag uit eten om Renees verjaardag te vieren. Het eten was heerlijk, de wijn voortreffelijk en het gezelschap even perfect als altijd. Ik wil mijn vrienden bedanken dat ze dit mogelijk hebben gemaakt: ik
